Praten met je kind

Een aanslag. Doden en gewonden. Verschrikkelijke beelden. Hoe praat je met je kind over zo'n moeilijke onderwerpen? 

Kinderen horen ook nieuwsberichten, lezen artikels in de krant of online, kijken ook TV. Vanaf een bepaalde leeftijd is hen weghouden van slecht nieuws niet mogelijk en ook niet wenselijk. We mogen kinderen niet laten opgroeien in een gouden kooi. Ze hebben recht op informatie. Maar hoe pak je dat nu concreet aan? Hoe praat je met je kind over moeilijke dingen, zoals de moord of verdwijning van kinderen? Eerst dit: hou rekening met de leeftijd van je kind. Jonge kinderen, peuters en kleuters, scherm je in de mate van het mogelijke best af van info en beelden.

Een paar concrete tips:

  • Ga altijd in op vragen van je kind. Maar je hoeft niet te wachten tot je kind zelf vragen komt stellen. Sommige kinderen hebben muizenissen in hun hoofd die ze niet uiten. Grijp daarom concrete nieuwsberichten aan om het gesprek aan te snijden. Als jullie het (jeugd-)journaal bekijken, als hun oog op de voorpagina van de krant valt of als ze online iets horen of zien. Je kan hen ook proactief vragen of ze erover gehoord hebben.
     
  • Stel hen gerust. Probeer je eigen emoties en angsten eerst onder controle te krijgen. Zo niet, zou dit kinderen het gevoel kunnen geven dat ouders hen ook niet kunnen beschermen.
  • Vraag hen heel concreet of ze begrijpen wat er gebeurd is en of ze er misschien vragen over hebben of er wat ongerust of zelfs bang van worden. Geeft je kind aan hier eigenlijk niet zo heel erg mee bezig te zijn, dring dan niet onmiddellijk aan, maar zeg dat het altijd naar je toe mag komen als het iets willen vragen of zeggen.
     
  • Vertrek ook tijdens het gesprek vanuit de vragen van je kind. Laat vragen van hen komen. Antwoord eerlijk op elke vraag die je kind je stelt. Denk niet ‘daar is hij / zij te jong voor om dit te snappen’. Kinderen die een vraag stellen, zijn klaar voor het antwoord. Ontwijk je hun vragen, dan zullen ze zich nog meer vragen stellen en vaak nog ongeruster worden. 
  • Gebruik eenvoudige taal die je kind begrijpt. Elke antwoord is in eenvoudige taal te formuleren. Vraagt je kind door, geef dan verder antwoord.  Maak tijd om met je kinderen hierover te praten en doe dit zo eerlijk mogelijk. Pas het gesprek ook aan aan de leeftijd van je kind.
     
  • Zorg ervoor dat je de tijd neemt voor dergelijke gesprekken. Aan tafel tijdens het eten of in de auto zijn ideale momenten, maar als je kind op een ander moment vragen stelt, ga er dan even rustig voor zitten.
     
  • Wees eerlijk en open. Verstop niets als ze ernaar vragen. Durf het te zeggen als je iets niet weet (bijvoorbeeld rond de details van het onderzoek) en verstop ook je eigen gevoelens niet. Je kind mag weten dat jij ook verdrietig en ongerust wordt van dergelijke verhalen, maar overdrijf hier niet in. Je wilt niet dat je kind uiteindelijk jou gaat troosten of gerust stellen.
     
  • Wees eerlijk, maar plaats de dingen ook in perspectief om je kinderen gerust te stellen. Er zijn inderdaad mensen die het niet goed voorhebben. Maar de meeste mensen zijn wel heel erg lief en staan altijd klaar om hen te helpen. Grijp terug naar een concrete situatie waarin zij of jij geholpen werd door iemand die je kind eigenlijk niet kende: een volwassene die het hielp toen het verloren liep op het strand, de vriendelijke bestuurder die stopte toen jullie autopech hadden, de lieve mevrouw of mijnheer die je kind hielp toen het met de fiets gevallen was,…
     
  • Leer je kind om te vertrouwen op volwassenen maar vertel hen ook dat als ze zich ergens of bij iemand niet op hun gemak voelen, ze snel het gezelschap moeten zoeken van iemand die ze vertrouwen. Leer hen om luid te roepen als het echt fout gaat. Maak hen zeker niet bang voor vreemden. Dat zal hen nog angstiger en ongeruster maken.
     
  • Zeg je kind dat als het later nog vragen heeft, het altijd terug naar je toe kan komen.
     
  • Maar vooral, draag je eigen angsten en ongerustheden niet over op je kinderen. Onze maatschappij is niet gevaarlijker geworden dan vroeger, ook al doen verhalen van geweld een ouderhart enkele tellen overslaan. Het is normaal om ongerust te zijn, maar draag deze ongerustheid niet over op je kind. Je wil je kind geruststellen en eventuele angsten wegnemen, dus ga niet plotseling jullie normale routine en gewoontes veranderen. Gaat je kind met de fiets naar school? Laat het dan met de fiets blijven gaan en ga het niet plots met de auto brengen. Mag je tiener alleen op stap met vriendinnen? Bijt op je tanden, maak een paar goede afspraken en laat haar dan ook nu gaan. Je zal zien dat er niets dramatisch gebeurt. Voed je kinderen op met vertrouwen in de wereld en andere mensen. 
  • Let niet enkel op wat kinderen vragen of vertellen over deze thema’s, maar kijk ook naar hun gedrag. Kinderen uiten zich soms anders: ze worden stiller of net opstandiger, gaan opeens bedplassen,

Child Focus

© 2015 Child Focus | Houba - de Strooperlaan 292 | B-1020 Brussel