Leerkrachten

Leerkrachten

  • Kinderen kunnen heel goed overweg met de nieuwste technologieën. En jij kan je kinderen stimuleren om zelf vernieuwend tewerk te gaan en hen leren om op een creatieve manier om te gaan met het internet. Sommige kinderen en jongeren maken bijvoorbeeld een eigen website, schrijven een blog of maken fotocollages. Anderen blinken uit in het maken van digitale muziek of creëren zelf YouTube-video’s.

    • Denk op basis van hun projecten individueel of in groep na over de mogelijke risico’s op internet en sta daarnaast ook voldoende stil bij alle mogelijkheden die het medium biedt
    • Toon interesse en betrokkenheid om samen de positieve kant van nieuwe media ontdekken
    • Ontdek en leer zelf bij!

    Child Focus ondersteunt alle bestaande initiatieven die focussen op creatieve en jeugdvriendelijke online inhoud. Jaarlijks organiseert het E-safety team de Best Online Content Award for Kids (interne link http://www.bestcontentaward.eu/home), een Europese wedstrijd die jeugdvriendelijke websites, maar ook digitale experimenten die door jongeren zelf ontwikkeld worden, in de kijker zet.

    • Neem zelf eens een kijkje naar alle bestaande jeugdvriendelijke initiatieven
    • Heb je zelf een leuke website ontdekt? Deel die positieve ervaringen met andere ouders, leerkrachten en kinderen

     

  • Wat is geolokalisatie?

    Geolokalisatie is een term die verwijst naar het elektronisch kenbaar maken van een geografische locatie via een mobiel apparaat zoals een pc, laptop, smartphone, tablet, gsm, enz. Via deze methode kan je te weten komen vanwaar iemand mailt, blogt, een tweet verstuurt, een sms-bericht verstuurt, een foto post enz.

    De mogelijkheid om online activiteit te lokaliseren heeft een informatieve functie, zo kan je bijvoorbeeld vanuit je favoriete restaurant een boodschap (tekstuele of audiovisuele info) plaatsen. Jouw volgers, vrienden e.a. personen kunnen op die manier volgen waar je precies bent.
    Een populaire applicatie die volledig gericht is op geolokalisatie is ‘Foursquare’. Maar ook andere sociale media zoals Facebook en Twitter hanteren locatiegebaseerde statusberichten, check-ins of ‘geotagging’.

    TIPS
    Hoe kan je leerlingen of leden mediawijs maken rond dit thema?
    • Vaak heb je de keuze om wel of geen geolokalisatie te gebruiken (cfr. Facebook, Instagram, enz.). Maak kinderen bewust over hoe ze deze functie kunnen uitschakelen en praat over wanneer ze dit wel en niet kunnen gebruiken.
    • Geolokalisatie is een vernuftige manier om nog meer op de hoogte te zijn van elkaar. Toch mag men niet uit het oog verliezen dat men op die manier overal traceerbaar is. Verscherp de kritische zin van de jongeren. Niet iedereen hoeft immers te weten waar je bent!
    • Maak kinderen en jongeren alert om zeker geen geolokalisatie te gebruiken wanneer het gaat om de eigen woonplaats. In- en uitchecken in je eigen woonplaats kan ongewenste bezoekers lokken

     

     

     

     

  • Betrouwbaarheid van informatie

    Als leerkracht behoort het tot je takenpakket om kennis door te geven aan de leerlingen, ook wat het vinden van kwalitatieve en betrouwbare informatie betreft. Dit is de onmisbare stap alvorens men de info zal interpreteren en ermee aan de slag gaat, bijvoorbeeld voor een huistaak. Vroeger, voor de digitale evolutie waren leerlingen voor hun opzoekwerk aangewezen op literatuur en zocht men info in de bibliotheek. Vandaag de dag kunnen jongeren beroep doen op het internet: een enorme rijkdom aan online info… Maar niet alles wat blinkt, is goud… Bepaalde gegevens zijn onvolledig, het kan gaan om verkeerde interpretaties of misleidende inhoud. Heel dikwijls zijn kinderen en jongeren zich hier niet bewust van. Ze veronderstellen dat al hetgeen ze vinden op het internet correcte info is. Internet is dus een ideale manier om jongeren aan te leren hoe ze informatie moeten interpreteren, evalueren en bronnen moeten nagaan.

    Volgende opsomming van tips kan leerkrachten helpen om de problematiek aan te kaarten in de klas :

    • Maak leerlingen bewust dat info op internet soms niet volledig of zelfs foutief is:

    Hoe?

    • Vraag aan de leerlingen om dezelfde informatie via verschillende websites op te zoeken en te vergelijken. Bv. De Chinese Muur. Vinden ze op elke website dezelfde informatie?
    • Creëer samen met de leerlingen een webpagina of een wiki op Wikipedia. Demonstreer dat in feite iedereen vrij is om te schrijven wat hij/zij wil. Niemand verifieert deze info
    • de leerlingen om inhoud op een website te evalueren aan de hand van verschillende criteria:
      • Is de informatie objectief of subjectief? Gaat het om exacte feiten of eerder om iemand die zijn mening uitdrukt? Neem bijvoorbeeld informatie die je vindt op een website van een politieke partij, dit is eerder subjectief.
      • Is de bron betrouwbaar?
      • Is de auteur bekend ? Gaat het om één enkele persoon? De kwaliteit van de gepresenteerde informatie hangt grotendeels af van de auteur
      • Wat is het doel van de website? Websites waar je bijna enkel reclameboodschappen te zien krijgt, zijn veelal niet te vertrouwen.
      • Zijn er contactgegevens te vinden op de website?
      • Wanneer was de laatste update van de website?
      • Verwijst de website door naar andere bronnen die aan het onderwerp gerelateerd zijn?
  • Maak van je leerlingen kritische internetgebruikers

    Herhaal veelvuldig en dat gesprekken via Skype, foto’s en beelden via webcam kunnen geregistreerd en opgeslaan worden door derden. En dat het dus niet vanzelfsprekend is om deze zomaar voorgoed van het internet te verwijderen. Sta stil bij het feit dat die online persoon misschien wel helemaal iemand anders is dan hij/zij hem voordoet. Het internet is ook een medium waar op zoek wordt gegaan naar seksuele spanningen (flirten, daten,…). Help de leerlingen hun kritische zin aan te scherpen en bespreek het leggen van grenzen. Een verdachte chatter is bijvoorbeeld iemand die je wachtwoord probeert te achterhalen of de online vriendschap heel erg geheim wil houden. Bespreek in de klas dat pornografische beelden (foto’s en video’s) geen weerspiegeling zijn van de realiteit en vaak berusten op pure lust. Emoties en waarden komen hier zelden of niet aan bod. Media verspreiden vaak beelden waar mannen en vrouwen een welbepaalde rol wordt toebedeeld, denk maar aan ‘de onderdanige vrouw’, een weergave die heel veraf staat van de realiteit.

    Meer inspiratie vind je hier : kritische zin.

    Leer je leerlingen grenzen stellen, herkennen en respecteren

    Welke grenzen?

    • Wanneer ze iets niet willen, zijn ze in geen geval verplicht om het te doen. Zelfs wanneer anderen dit ‘cool’ of ‘sexy’ vinden of negatief zouden reageren wanneer hij/zij weigert.
    • Neen zeggen + zich afmelden
    • Aanmoedigen om bij problemen iemand in vertrouwen te nemen
    • Aanleren dat seksuele grenzen verschillen van persoon tot persoon
    • Toelichten dat online seksuele beleving verschillend is voor jongens en meisjes
    • Informeren dat bepaalde zaken zoals porno bepaalde personen kan choqueren of dat men dit verkeerd interpreteert.
    • Maak hen bewust van het feit dat niets anoniem is op het net. Als iemand iets weigert, respecteer dan zijn of haar keuze.

    Maak hen duidelijk dat het verspreiden van foto’s zonder de toestemming van de afgebeelde persoon in kwestie, verboden is. En zeker in het geval van pikant beeldmateriaal, dit is strafbaar.

    Maak duidelijke afspraken met leerlingen over internetgebruik

    • Informeer hen over de mogelijke risico’s wanneer ze een online vriend willen ontmoeten. Wanneer men een afspraakje maakt, zijn de tips die je kan meegeven: afspreken op een publieke plaats, een vriend(in) meenemen en zeker niet alleen gaan.
    • Leer hen om ongewenste pagina’s onmiddellijk te sluiten
    • Indien ze getuige of slachtoffer zijn van ongewenst gedrag/online beelden enz., moeten de leerlingen de reflex ontwikkelen om met iemand over dit voorval te praten.
    • Overtuig hen om geen video’s en foto’s van zichzelf te plaatsen die té uitdagend en seksueel getint zijn
    • Maak duidelijk dat ze nooit hun telefoonnummer of adres aan een onbekende mogen geven

    Hoe moet je als leerkracht reageren indien een jongere ongepaste inhoud te zien kreeg (gewelddadige beelden, pornografie…)?

    Jongeren kunnen ongewild in contact komen met ‘schadelijke’ online content ; het kan gaan om pornografische of gewelddadige beelden, maar bijvoorbeeld ook racistische informatie. Het gebeurt dat men bewust op zoek gaat naar dergelijke websites, maar men kan er ook ongewild op dit soort online info terechtkomen. In het laatste geval, is het noodzakelijk dat de jongere weet dat hij of zij in zo’n situaties altijd terechtkan bij een vertrouwenspersoon. Jullie kunnen samen ook het incident melden op de website.

    Communicatie, een positieve dialoog en opvoeding blijven sleutelwoorden. Geen enkel technisch hulpmiddel (tool) kan de dialoog en het wederzijds vertrouwen vervangen. Zorg ervoor dat je een positieve manier van communiceren hanteert waarbij je voldoende aandacht besteedt en interesse toont voor hetgene wat jongeren precies online doen.

    Tools:

  • Hoe kan je een profiel instellen?

    Van zodra we iets kopen of op een dienst beroep doen, zijn er onmiddellijk bepaalde voorwaarden aan verbonden. De koper en de verkoper hebben rechten en plichten. Dit zijn de verkoops- of aankoopsvoorwaarden. De verkoper stelt de algemene regelgeving op. De koper mag deze niet betwisten.

    Voordelen: De koper wordt dus geacht om niet bij elke aankoop of dienst te onderhandelen of zaken in twijfel te trekken. Stel je even voor dat je bij elke aankoop van een brood onderhandelt over de prijs.

    Nadelen: Als koper moet men met de verkoopsvoorwaarden akkoord gaan, anders kan de verkoop niet doorgaan.

    Akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden online vindt op twee manieren plaats:

    1. Inschrijving op de website door het invullen van je naam, e-mailadres,... vervolgens het accepteren van het vertrouwensbeleid, vaak zijn dit de heel kleine lettertjes (maar niet onbelangrijk!).
    2. Akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden door het klikken op de knop « ik accepteer/ik ga akkoord met de gebruiksvoorwaarden » alvorens men zich kan inschrijven
     

    Opgelet

    De meeste gebruikers lezen nooit aandachtig de gebruiksvoorwaarden. De tekst is meestal te lang en te omslachtig. Zo onderschatten gebruikers het risico dat ze lopen. Verschillende sociale netwerksites doen steeds meer inspanningen om de gebruiksvoorwaarden eenvoudiger te maken. Ze voegen bijvoorbeeld korte en eenvoudige formuleringen toe om bepaalde paragrafen samen te vatten. Op die manier kan belangrijke info wel eens verloren gaan.

    Het is heel belangrijk dat we jongeren aanleren hoe ze met een kritische blik de gebruiksvoorwaarden kunnen lezen. Ze zullen wellicht versteld staan. Het is een goed idee om samen met hen de gebruiksvoorwaarden af te printen en te analyseren in groep. Je kan vragen om individueel of in groep de tekst en de juridische termen te vereenvoudigen en alles in kortere en eenvoudigere zinnen te formuleren. Het resultaat kan in een soort van ‘charter’ gegoten worden!

     
  • Waarom moet je zulke zaken op het internet melden?

    Wanneer ze informatie opzoeken, naar hun favoriete reeks kijken of op hun Facebook-profiel surfen, is het mogelijk dat de jongeren geconfronteerd worden met een schokkende, schadelijke inhoud of met een persoon die zich ongepast gedraagt. Iedereen die dergelijke zaken meldt, zorgt ervoor dat internet een leuke plek blijft voor iedereen. Moedig jongeren aan om deze situaties met jou te bespreken en bekijk samen hoe je deze inhoud kunt melden.

    Hoe meld je een inhoud of een persoon?

    Alle webdiensten bieden de mogelijkheid om iets te melden: op YouTube, Facebook, Ask.fm ... Noem maar op! Toon jongeren dus hoe ze een inhoud of persoon moeten melden op de netwerken die ze gebruiken. Leg uit hoe belangrijk dit is. Want melden is helpen. Probeer dit samen te doen, zodat ze het later op hun eentje kunnen. Leg ze uit dat ze zo nodig altijd de 'hulp'-knop op een website kunnen gebruiken of de hulplijn van Child Focus kunnen bellen via 116 000. 

    Wat gebeurt er als je iets meldt op Facebook?

    De melding gaat naar het team  van Facebook dat binnen de vijf dagen moeten reageren. Je kind krijgt een bericht waarin staat dat de melding wordt geanalyseerd. Afhankelijk van hun intern beleid laat het Facebook-team je kind weten of de gemelde inhoud werd verwijderd, of er werd besloten ze online te laten staan. Facebook zal die beslissing ook toelichten.

    Goed om te weten: Child Focus smeedt talloze partnerschappen met grote webbedrijven, zoals Facebook en Google. Dankzij dit netwerk van contacten kunnen bepaalde webproblemen worden opgelost of worden meldingen sneller behandeld.

    Wie een schokkende inhoud of ongepast gedrag meldt, maakt van het internet een betere en aangenamere plek.

  • Waarom een profiel beveiligen ?

    Vandaag hebben 8 op 10 jongeren tussen 13 en 14 jaar een profiel op en sociale netwerksite. Van hen heeft 1 op 4 een volledig openbaar profiel. Met andere woorden, een profiel die zomaar in de Google-zoekresultaten zal opduiken en dus door iedereen geconsulteerd kan worden. Zonder dat je bevriend hoeft te zijn, kan je gewenste zowel als ongewenste dingen over iemand te weten komen.

    De privacysetting zijn er nu net om het privéleven van de gebruikers te beschermen en het internetten op hun platform veiliger te maken. Aan de hand van een denkoefening rond de toegang tot hun profiel en dus persoonlijke gegevens, kan u met jongeren nadenken over de noties van identiteit, intimiteit, vriendschap en wat men deelt met wie.

    Hoe een profiel beveiligen?

    Vraag aan je leerlingen of ze weten wie echt toegang heeft tot hun profiel. Hun vrienden? Vrienden van vrienden ? Iedereen ? Welke foto’s zijn voor welke vrienden zichtbaar ? Analyseer samen de verschillende opties en configuraties.  Daag hen uit om na te denken over de gevolgen van hun daden op sociale media. Als u zelf geen expert bent in het thema, laat u dan bijstaan door collega’s of vraag aan de leerlingen om onderling tips uit te wisselen. Vaak weten ze zelf ook al heel erg veel ! De meeste jongeren weten immers wel waar je moet klikken. Jij hoeft enkel de juiste kritische vragen te stellen.

    Child Focus heeft ook een aantal instructiefilmpjes gemaakt die kunnen helpen bij het configureren van een Skype- of Facebook profiel. Deze filmpjes leggen stap voor stap uit hoe de toegang tot je profiel beperken, hoe iemand blokkeren, hoe een goed e-mailadres kiezen of hoe tags beheren.

    Hieronder vind u ook informatiefiches met betrekking tot ander sociale media als AskFM, Instagram, Twitter,…

    Doe hen er zeker ook aan denken om hun instellingen, minimaal één keer per drie maanden.

  • Wat gebeurt er als je een persoon blokkeert op Facebook?

    Wanneer een persoon wordt geblokkeerd, betekent dit:

    • dat die persoon geen gesprek met je kan beginnen
    • dat die persoon niet meer kan zien wat je op je tijdlijn plaatst
    • dat deze persoon je niet meer kan uitnodigen voor een evenement, groep, ...
    • dat deze persoon je niet meer kan toevoegen als vriend

    Dankzij deze optie kan de jongere een persoon van zijn vriendenlijst verwijderen en dus kiezen wie zijn informatie kan bekijken. Het is heel belangrijk dat het profiel van jongeren is ingesteld op ‘enkel vrienden'.  Anders kan iedereen zijn gedeelde inhoud bekijken. Maar zelfs als de gebruiker een persoon heeft geblokkeerd, kan het nog zijn dat die persoon toegang heeft tot commentaar, reacties of gemeenschappelijke evenementen die door gemeenschappelijke vrienden werden gedeeld.

    Kun je personen blokkeren in applicaties?

    Deze blokkeringsmogelijkheid bestaat ook voor bepaalde apps, zoals Whatsapp of Viber, die veel jongeren gebruiken om met elkaar te communiceren. Ze kunnen er een persoon blokkeren, zodat ze geen boodschappen meer ontvangen van die persoon als die niet meer in hun contacten staat.

    Hoe blokkeer je iemand?

    Bekijk samen hoe je een persoon kunt blokkeren, zodat je zeker bent dat je kinderen dit ook zelf kunnen. Hieronder vind je voorbeelden en richtlijnen die tonen hoe je iemand op de verschillende netwerken blokkeert.

    Opgelet: een persoon blokkeren is niet hetzelfde als hem helemaal uit je vriendenlijst verwijderen.

  • Zonder wachtwoord kan je tegenwoordig niet veel aanvangen op het internet. Om een account te openen, te chatten, in te loggen op sociale netwerken, te gamen, enz. Met een wachtwoord identificeer je je online. Sommige jongeren gebruiken overal hetzelfde wachtwoord of verklappen het aan vrienden. Dit kan leiden tot cyberpesten, tot identiteitsdiefstal of hacking van een account. Je kunt die risico's indijken met een sterk wachtwoord dat je geheimhoudt en regelmatig wijzigt.

    Hoe kies je een sterk wachtwoord?

    Een sterk wachtwoord bestaat tegenwoordig uit minstens 12 karakters bestaande uit cijfers, letters (zowel hoofdletters als kleine letters) en een teken (+, -, / …). Gebruik ezelsbruggetjes zodat je leerlingen het gemakkelijk kunnen onthouden: gebruik een wachtzin. Bijvoorbeeld: ‘Ik kwam vandaag om 9 uur aan op school!’ Dan wordt het wachtwoord: Ikkwamvandaagom9uuraanopschool!. Een moeilijk te raden wachtwoord versterkt de veiligheid en de toegang tot de informatie in dit profiel.

     

    Hoe stimuleer je ze om hun wachtwoord geheim te houden?

    Leg je leerlingen uit dat een goed wachtwoord net zoals een tandenborstel is. Je geeft die aan niemand, zelfs niet aan je beste vriend. Het is als de sleutel van je huis: alleen voor jou!

    Bestel gratis de affiche en/of de leuke flyer met onze tips!    

     

     

     

     

    Tool: "Is jouw wachtwoord veilig?"

    Is jouw wachtwoord veilig? Ontdek het samen met je leerlingen aan de hand van onze pedagogische tool.

    Om jouw leerlingen goed te begeleiden, kan je al eens de tips doornemen alvorens je deze activiteit met de klas start. 

    Doe de wachtwoordtest klassikaal. Je kan dit zowel online doen met onze tekenoefening of gewoon offline. Je kan de 5 vragen mondeling aan de leerlingen stellen. 

    Voor de tekenoefening kan je de creatieve opdracht samen met de leerlingen doorlopen. Dit kan hier maar natuurlijk ook gewoon in de klas zelf met een blad papier en kleurpotloden/stiften. Leg aan de leerlingen uit hoe ze via iets visueels een veilig wachtwoord kunnen bedenken. Geef aan dat een tekening ook een manier kan zijn om een wachtwoord beter te onthouden. Met een originele “wachtzin”, een zinnetje dat lang en veilig is  en dat je met niemand deelt, kan je zeker zijn dat je op een veilige manier surft! 

    Nadien kan je de verschillende wachtwoordtips als besluit samen overlopen en ophangen in de klas. De tips zijn gemakkelijk af te drukken of te bestellen

  • Op school

    1. Neem cyberpesten op in het algemene pestbeleid op school.
    2. Werk rond welbevinden. Kinderen die goed in hun vel zitten, zullen minder snel anderen pesten.
    3. Sensibiliseer leerkrachten voor het fenomeen cyberpesten. Veel leerkrachten denken dat ze niets kunnen doen omdat het buiten de schooluren gebeurt. Maar niets is minder waar.
    4. Sensibiliseer ook de ouders voor het probleem. Organiseer een vorming over cyberpesten en veilig internetten en vraag ze om eventuele problemen snel te melden. Beklemtoon ook dat ze verantwoordelijk blijven voor wat hun kind op het internet doet en vraag ze dit goed te volgen.
    5. Laat ouders en kinderen weten dat cyberpesten niet wordt geduld op school en moedig ze aan om incidenten te melden.
    6. Werk, met de hulp van het hele pedagogische team, een plan met betrekking tot de eindtermen van informatie- en communicatietechnologieën uit.
    7. Zorg ervoor dat het informaticanetwerk van de school optimaal is beveiligd. Laat kinderen niet zonder toezicht in het computerlokaal.
    8. Stel regels op over het gebruik van gsm's en computers tijdens de lesuren.
    9. Controleer foto's die je op de website van de school zet zorgvuldig. In principe moeten ouders hun uitdrukkelijke toestemming geven als het gaat om een foto waarop hun kind duidelijk herkenbaar is.

    In de klas

    1. Schep een positieve sfeer in de klas, zodat leerlingen en ouders problemen kunnen aankaarten in een klimaat van vertrouwen.
    2. Interesseer je voor wat je leerlingen op de computer doen. Bespreek het internet op een positieve manier. Je zult vast een hoop leren van je leerlingen!
    3. Bespreek met je leerlingen wat op het internet en via de gsm verboden is en wat niet. Werk op basis van dat gesprek met je klas een overeenkomst zoals Netiquette uit.
    4. Leer leerlingen dat ze verantwoordelijk zijn voor hun daden. Laat ze nadenken over de mogelijke gevolgen van hun gedrag. Hoe zouden ze in verschillende situaties reageren? Help ze ook de gevolgen van pesterijen voor de slachtoffers in te zien.
    5. Leg ze uit welk gedrag juridisch strafbaar is. Haatmails of -sms'jes sturen, zich voor iemand anders uitgeven, een foto van iemand sturen zonder zijn toestemming, computers hacken, racistische dingen zeggen, wachtwoorden verspreiden enz. Al die daden zijn bij wet verboden en kunnen dus gevolgen hebben voor de dader of zijn ouders.

    Infofiche cyberpesten - ©Mediawijs

  • Specifieke acties tegen cyberpesten?

    Op school

    • Besteed aandacht aan de relatie tussen leerlingen en leerkrachten. Bespreek die sociale werking tijdens evaluaties en klasgesprekken.
    • Creëer een vlot toegankelijk contactpunt waar leerlingen en ouders pesterijen kunnen melden.
    • Verzeker je ervan dat je school op dit vlak over voldoende expertise beschikt. Een goed voorbeeld: kun je rekenen op iemand die de meldingen met kennis van zaken coördineert en zowel bij ouders als leerlingen vertrouwen inboezemt?
    • Betrek (berouwvolle) pesters en slachtoffers actief in het anti-pestbeleid van de school. Laat ze tonen hoe cyberpesten in zijn werk gaan. Zij zijn immers experts in dit domein!

     

    In de klas / onder de leerlingen

    Naar het slachtoffer toe

    • Let op signalen die je leerlingen uitsturen.
    • Neem het slachtoffer serieus en stel het gerust. Beledigingen of bedreigingen moeten vaak niet persoonlijk worden genomen, en het is zeker niet je eigen fout.
    • Beloof geen snelle oplossing van het probleem. Cyberpesten is vaak een heel complex gegeven.
    • Zeg het slachtoffer niet te reageren op haatmails of -berichten. De pret zal er voor de pester dan wel snel af zijn.
    • Het is mogelijk om ongewenste mails of sms'jes te blokkeren. Het slachtoffer kan ook een ander pseudoniem kiezen of een nieuw elektronisch e-mailadres aanmaken. Het kan eventueel ook twee adressen gebruiken: één voor goede vrienden (die dan beloven het niet aan anderen door te geven), en het andere voor de (ruimere) kennissenkring en voor inschrijvingen op websites of sociale netwerksites.
    • Als het kind het slachtoffer is van pesterijen op een openbare chatbox of sociale netwerksite, kun je je richten tot de moderator, die de pester eventueel zal blokkeren. Hetzelfde geldt voor providers van websites of blogs.
    • Als de pesterijen aanhouden en ernstig worden, kun je een beroep doen op de lokale of federale politie. Je moet dan wel concrete 'bewijzen' kunnen aanvoeren. Leer de kinderen dan ook om een chat-gesprek op te slaan of schermafbeeldingen te maken van chatsessies of ongewenste foto's. Zeg ze ook de datum en het uur te noteren. Zich voor iemand anders uitgeven, een foto van iemand posten zonder zijn toestemming, computers hacken, racistische dingen zeggen, wachtwoorden verspreiden, ... Het is bij wet verboden en dus ook strafbaar.
    • Informeer de ouders als je denkt dat ze niet op de hoogte zijn.

     

    Naar de pester en de 'toeschouwers' toe

    • Laat duidelijk verstaan dat je dit soort gedrag niet duldt.
    • Praat met het kind en vraag waarom het zich zo gedraagt. Pesten begint vaak met plagerijen of grapjes. Het kind beseft niet dat het iemand echt kwetst of mogelijk strafbare dingen doet.
    • Deel niet meteen straffen uit, maar wijs de dader op zijn verantwoordelijkheden en probeer hem de gevolgen van zijn daden te doen inzien. Stel vragen zoals “Hoe zou jij reageren als dit met jou gebeurde?” of “Zou jij die dingen ook durven zeggen als die persoon voor jou stond?”.
    • Eis van de pesters dat ze onmiddellijk met hun pesterijen ophouden.
    • Informeer de ouders als je denkt dat ze niet op de hoogte zijn.
    • Hoewel het soms vanzelfsprekend lijkt, heeft het geen zin om de toegang tot de media te demoniseren of te verbieden. Ondanks hier en daar eens een ontsporing blijft het internet een fantastisch instrument dat de wereld van kinderen en tieners verrijkt. Chatbox, e-mail, gsm of sociale netwerksites zijn uitgegroeid tot belangrijke hulpmiddelen om sociale relaties te smeden en te onderhouden. Een verbod zou voor kinderen en tieners een totaal isolement betekenen, het ergste wat je op die leeftijd kan overkomen. Van stoppen met chatten, de webcam gebruiken of e-mails versturen kan voor hen dus echt geen sprake zijn. Pesten is trouwens geen nieuw fenomeen. Het volgt gewoon de evolutie van de mogelijkheden waarover kinderen en jongeren nu beschikken, en waardoor dit cyberpesten vorm kan krijgen. Maar als we dit probleem een plaats geven in een ruimere strijd tegen pesten op school en als we kinderen en tieners tegelijk leren om het internet op een veilige en gepaste manier te gebruiken, zullen we vast verder geraken ...

     

  • Maken jongeren zich geen zorgen meer om hun privacy online?

     In tegenstelling tot wat wij zouden denken, hechten  jongeren nog altijd veel belang aan hun privéleven, ook  al posten ze een hoop.

     Jongeren delen graag foto's, van zichzelf of hun vrienden  en zetten er vooral graag reacties bij. Hun profiel is een  manier om aan anderen te tonen wie ze zijn, om aan  hun e-reputatie te werken. Via hun profiel onthullen ze  persoonlijke informatie. Soms gebeurt dat bewust,  soms onbewust.

     Moedig ze aan om goed na te denken voor ze iets  posten. Wie kan deze post zien? Want eenmaal op het  internet ... altijd op het internet! Daarom is het zo  belangrijk om je privacyinstellingen bij te werken en  goed na te denken voor je iets post!

     

    Kritische geest en persoonlijke gegevens

    Is het te mooi om waar te zijn? Dan is het misschien ook niet waar! Je kunt op het internet een schat aan nuttige en leerrijke informatie terugvinden. Maar je kunt ook valse informatie tegenkomen ... Spoor kinderen en jongeren aan om na te denken over het waarheidsgehalte van wat ze zien of lezen. Is een e-mail die zegt dat jij een wedstrijd hebt gewonnen wel te vertrouwen? Om je leerlingen bewust te maken van wat persoonlijke gegevens zijn, kun je vergelijkingen maken met het echte leven: “Zou jij rondlopen met een bord waarop je adres en telefoonnummer staan, in een druk winkelcentrum? Nee, toch? Geef die informatie dan ook niet aan eender wie en zet ze niet eender waar op het internet.”

    Wat doe je als leerkracht of opvoeder?

    Spoor de jongeren aan om na te denken over het waarheidsgehalte van wat ze zien of lezen. Zonder een kritische geest zullen ze vroeg of laat foute keuzes maken. Wie kan deze post zien? Leg ze uit dat een vakantiefoto van hen in bikini op een netwerk voor iedereen zichtbaar is, en dat dit hetzelfde is als in bikini over straat lopen. De denkoefening moet zijn gebaseerd op een vergelijking tussen hun leven offline en online. En het virtuele leven is tegenwoordig een onderdeel van hun echte leven ...

    Drie gulden regels moeten ze helpen nadenken voor ze wat dan ook online zetten:

    1. Alles wat op het internet staat, kan op een gegeven moment openbaar worden en voor heel andere dingen worden gebruikt.
    2. Eenmaal iets op het internet staat, kan het daar voor altijd blijven: 'Eenmaal op het internet, altijd op het internet!'
    3.  Elke inhoud die je op een profiel zet, zelfs privé, kan door iedereen worden gezien, omdat ze altijd kan worden gedeeld of gekopieerd en zo worden verspreid.

    Daarom is het zo belangrijk om je privacyinstellingen bij te werken en goed na te denken voor je iets post!

    Als leerkracht of begeleider kun je dit onderwerp aankaarten via diverse lessen of spelletjes. Child Focus werkte speciaal voor jou bepaalde hulpmiddelen uit, zoals het pedagogisch dossier ‘Think before you post’ , de serious game ‘Master F.IN.D.’

  • Wat is dat precies, het recht op afbeelding?

    Het recht op afbeelding is ieders recht om een beslissing te nemen over zijn afbeelding en deze te kunnen beheren. Concreet geeft dit recht een persoon de mogelijkheid om zich, op basis van de naleving van de privacy, te verzetten tegen de publicatie, verspreiding of het al dan niet commerciële gebruik van zijn/haar afbeelding.

    Vóór elke publicatie van een foto, in papieren of elektronische vorm, moet de verspreider daarvoor de toestemming van de betrokken persoon hebben. Die persoon moet duidelijk herkenbaar zijn op het medium in kwestie. Het best nog vraag je de toestemming aan die persoon alvorens je de foto neemt, want het nemen van de foto op zich is helemaal niet hetzelfde als een stilzwijgende toestemming. Vóór je bepaalde afbeeldingen gebruikt, moet je natuurlijk zeker zijn dat ze niet zijn beschermd door het auteursrecht.

    En op het internet?

    Het recht op afbeelding geldt uiteraard ook op het internet.

    Enerzijds is het belangrijk dat je, vóór de publicatie van een foto online, zeker bent dat de personen die op de foto duidelijk herkenbaar zijn het goed vinden dat je die afbeelding verspreidt.

    Anderzijds is het recht op afbeelding een instrument voor de bescherming van de privacy dat je kunt inroepen voor de verwijdering van foto's waarvoor de betrokken personen vooraf geen toestemming hadden gegeven.

    Het is dus belangrijk dat je jongeren leert om dat recht op afbeelding te gebruiken: eerst door te verzekeren dat ze instemmen met de foto's van hen die online circuleren, en vervolgens door ze te stimuleren om hun vrienden om toestemming te vragen voor ze een foto met hen erop publiceren.

    Hoe laat ik een foto van Facebook verwijderen?

    Vraag de persoon die de foto postte eerst om die foto weg te halen. Als die weigert, kun je de foto melden aan Facebook, de juiste optie te kiezen en het formulier in te vullen. De betrokken tiener kan die foto zelf melden door op de meldingslink onder de foto te klikken.

    We raden ook aan om, in alle gebruikersprofielen van de sociale netwerken, de optie identificatietoestemming (tag) te activeren. Je vindt die in de privacyinstellingen.

    En als het om mijn leerlingen of jongeren van het buurthuis gaat?

    Zelfs als de minderjarige 'toerekeningsvatbaar' (na 14 jaar) wordt geacht, is een schriftelijke en ondertekende toestemming van de wettelijke vertegenwoordigers van het kind nodig voor de verspreiding of publicatie van een afbeelding, zelfs in de schoolkrant! Het is dan ook een goed idee om ouders of voogden voor een welbepaalde periode of een specifiek evenement een door de schooldirectie opgemaakte schriftelijke toestemming te laten ondertekenen. Om misverstanden te vermijden, is het belangrijk om te verduidelijken waar die foto's zullen verschijnen, zoals in de wijkkrant, de website van de school, op het YouTube-kanaal van de jeugdbeweging, ...

    En ouders ten opzichte van hun kinderen?

    Wettelijk zijn ouders niet verplicht om hun kinderen om toestemming te vragen voor ze een foto van hen publiceren ... Maar als ze hen goede reflexen willen bijbrengen, is het misschien toch geen slecht idee om eerst naar hun mening te vragen. De kinderen zullen het gebaar op prijs stellen en gaan beseffen dat het recht op afbeelding in de ogen van hun ouders een belangrijke waarde heeft.

    Zijn er uitzonderingen?

    Soms heb je geen toestemming nodig. De voornaamste voorbeelden zijn die van foto's genomen op openbare plaatsen, foto's van een mensenmassa of van publieke personen.

    Opgelet: een persoon, meerderjarig of minderjarig, die zijn toestemming geeft om zijn foto te laten nemen, geeft niet automatisch de toestemming om zijn recht op afbeelding te gebruiken en dus die foto te publiceren. Voor die publicatie moet een specifieke toestemming worden gevraagd.

  • Waarom is Facebook verboden voor kinderen jonger dan 13 jaar?

    Facebook is gevestigd in de Verenigde Staten en moet dus de wetgeving van het land naleven. Die bepaalt dat een onderneming geen gegevens van minderjarigen jonger dan 13 jaar voor commerciële doeleinden mag gebruiken zonder toestemming van de ouders. In werkelijkheid zijn talloze kinderen onder de twaalf jaar of nog veel jonger actief op dit sociale netwerk, ondanks het feit dat ze niet de vereiste leeftijd hebben. Van de jongeren die regelmatig inloggen, zou 25% tussen 9 en 10 jaar zijn. Dit cijfer blijft maar klimmen, tot 83% voor 13-14-jarigen.

    Hoe reageer je tegenover kinderen jonger dan 13 jaar die op Facebook zitten?

    Sommige kinderen jonger dan 13 jaar dromen van een Facebook-account, omdat hun grote broer of vriendjes op school dat ook hebben. Als leerkracht of opvoeder kun jij de kinderen erop wijzen dat het verboden is en ze uitleggen waarom. Spoor ze aan om na te denken voor ze iets posten en niet te veel persoonlijke informatie te onthullen.  De jongste kinderen hebben de neiging om alles te willen, en soms te veel te delen. Stimuleer hun kritische geest al op jonge leeftijd, zodat ze een zekere afstand kunnen bewaren ten opzichte van het netwerk dat ze gebruiken.

     

  • Waarom praten jongeren graag met onbekenden?

    Iemand ontmoeten, chatten, flirten, plagen, ... Jongeren doen het allemaal online! Tieners ontmoeten graag nieuwe mensen en stellen zich gemakkelijk open naar anderen toe. Via die interacties zullen ze ook hun eigen identiteit ontwikkelen. Volgens de studie EU Kids Online II zou één jongere op drie online al met een onbekende hebben gepraat. We moeten daar wel bij zeggen dat een derde persoon in de meeste gevallen de link tussen beide personen vormt. Zegt men niet dat de vrienden van mijn vrienden ook mijn vrienden zijn? Jongeren hanteren dat credo in hun contacten op het internet.

    Hoe sensibiliseer je jongeren voor ontmoetingen online versus offline?

    Als leerkracht of opvoeder kun je de kritische geest van jongeren versterken. Moedig ze aan om niet te veel persoonlijke informatie te onthullen wanneer ze met een onbekende praten. Je weet immers nooit wie er achter een profiel schuilgaat! Adviseer ze om met een volwassen vertrouwenspersoon te gaan praten als er iets verdachts gebeurt. Ze kunnen het profiel ook melden aan de sociale netwerksite in kwestie. Leg de jongeren uit dat als ze offline iemand willen ontmoeten, het heel belangrijk is dat ze de volgende drie regels naleven:

    • Neem iemand mee naar de afspraak;
    • De afspraak moet overdag en op een openbare plek plaatsvinden;
    • Praat er vooraf over met een volwassen vertrouwenspersoon. Zorg dat die persoon weet waar je bent.
    Tip: Doe de chattest met je leerlingen om te zien welk type superchatters ze zijn!

  • Onder cyberpesten verstaan we alle pesterijen die gebruikmaken van informatie- en communicatietechnologieën – zoals het internet, de gsm of computer – om slachtoffers lastig te vallen, te bedreigen of te beledigen. Zo kunnen pesters beledigingen of bedreigen sturen via sms of gênante foto's op sociale netwerken posten. Ook andere webtechnologieën bieden talloze mogelijkheden om te pesten: een wachtwoord stelen en zich zo toegang verschaffen tot iemands account om deze te blokkeren of in iemands naam beledigingen te sturen, een account hacken en persoonlijke informatie stelen, iemand lastigvallen via Facebook, een website of blog aanmaken met een kwetsende inhoud en foto's van het slachtoffer, ... Kortom, iemand die een beetje met deze technologieën overweg kan, heeft mogelijkheden zat!

    Komt cyberpesten vaak voor?

    Pesten heeft helaas altijd al bestaan. 20% van de jongeren al eens het slachtoffer van pesterijen. Hoewel het vaak om 'klassieke' pesterijen gaat,gaat het vaak ook gepaard cyberpesterijen. Op dit moment zou één jongere op tien met cyberpesten te maken krijgen. Er bestaat trouwens een nauw verband tussen cyberpesten en klassiek pesten. Het ene is immers een verlengde van het andere. Pesters en slachtoffers behouden vaak hun respectievelijke rol.

    We zien een piek in dit fenomeen bij jongeren tussen 12 en 14 jaar. Meisjes pesten evenveel als jongens.

    Vergelijking met klassiek pesten

    Overeenkomsten

    • Beide vormen van pesten zijn kwetsend
    • Het is een oneerlijke strijd tussen de pester en zijn slachtoffer
    • De boodschappen zijn systematisch
    • De pesterijen kunnen langdurige psychologische en emotionele gevolgen hebben voor het kind

    Verschillen

    • Slachtoffers vinden cyberpesten nog invasiever, en dan vooral als de dader anoniem blijft. Het pesten houdt immers niet op als het slachtoffer thuis is.
    • De pester heeft geen fysieke, maar wel een technische superioriteit over het slachtoffer. Bedreigingen zoals “Let op of ik blokkeer je Facebook-account” zijn schering en inslag.
    • Het bericht kan voor altijd op het internet blijven staan.
    • Het bericht is voor heel veel mensen zichtbaar. Iedereen kan het zien.
    • De pester ziet niet hoe kwetsend zijn daden zijn en welke schade hij aanricht. Hij onderschat ze vaak en ziet cyberpesten als wat plagerij.

    Wat kun jij als leerkracht doen?

    Zoals je al kon lezen, gaan klassiek pesten en cyberpesten vaak hand in hand. Pesterijen op school vinden gemakkelijk een bondgenoot in de nieuwe technologieën en gaan dan ook buiten de schooluren door. De aanpak van cyberpesten moet dan ook kaderen in een algemeen beleid tegen pesten op school. Zowel met de leerlingen als met de ouders moet een open communicatie over deze problematiek tot stand worden gebracht.

    De aanpak van cyberpesten steunt op vijf pijlers, met acties gericht op de slachtoffers, de pesters, de toeschouwers, de ouders en de school of organisatie.

    Hoe voorkom je cyberpesten?

    Als leerkracht kun je al bepaalde dingen doen om je leerlingen te sensibiliseren voor pesten online of offline. Wacht niet tot er een probleem opduikt om iets te ondernemen. Stel je eerder constructief op door dit onderwerp vooraf te bespreken en je leerlingen zo te sensibiliseren voor respect voor zichzelf en anderen, en voor de mogelijke gevolgen van pesten en cyberpesten.

    Hoe dan ook moet de preventie van cyberpesten op school een integraal deel uitmaken van het beleid inzake pesten en geweld.  Meer info over het anti-pestbeleid op school via deze pagina. 

    Hoe sensibiliseer je jongeren voor cyberpesten?

    Stimuleer jongeren in de klas of in groepjes om zich online hoffelijk te gedragen. Bespreek met hen wat ze op het internet doen en waarom ze dat doen. Laat ze nadenken over de mogelijke gevolgen van hun gedrag. Hoe zouden ze in verschillende situaties reageren? Help ze ook de gevolgen van pesterijen voor de slachtoffers in te zien. Leg ze uit welk gedrag juridisch strafbaar is. Haatmails of -sms'jes sturen, zich voor iemand anders uitgeven, een foto van iemand sturen zonder zijn toestemming, computers hacken, racistische dingen zeggen, wachtwoorden verspreiden enz. Al die daden zijn bij wet verboden en kunnen dus gevolgen hebben voor de dader of zijn ouders.

    Hoe reageer je op cyberpesten?

    Ga, als er zich iets voordoet, niet meteen op zoek naar de schuldige, maar focus je op het welzijn van de jongere. Zoek samen naar een manier om een einde te maken aan het pesten. Een kind dat gepest wordt, kent de dader vaak, ook al verschuilt die zich achter een anoniem profiel. Als het pesten in de klas gebeurt, moet je de pester en zijn ouders aanspreken zodat er maatregelen kunnen worden getroffen. Moedig de jongere aan om gebruik te maken van technische middelen om de pester te blokkeren en hem/haar te melden op het gebruikte netwerk. Vraag dat de inhoud wordt verwijderd.

    Meer ideeën over de aanpak van cyberpesten op school vind je hier.

    Waar kan ik terecht met vragen of problemen?

    Als je vragen hebt of gewoon je verhaal kwijt wilt:

    • Child Focus: bel gratis 116 000
    • Het CLB.
    • Bij de provider van de website, de blog of de chatbox waar het pesten gebeurt.
  • Wat zijn de positieve aspecten?

    De sociale netwerken bulken van de voordelen waar jonge of minder jonge internetgebruikers van kunnen genieten. Het zijn heuse geïntegreerde communicatiediensten. Communicatie, ontspanning, vrienden, vriendengroepjes op basis van interesses, hobby's, de uitwisseling van foto's en info, de planning van evenementen, sociaal engagement, ... De voordelen van de sociale netwerken zijn eindeloos. Ze geven het gevoel deel uit te maken van een gemeenschap van personen die iets delen. Ze scheppen talloze socialisatiemogelijkheden voor het persoonlijke en werkleven. Voor jongeren is hun profiel in zekere zin het bewijs van hun identiteit op het internet en van hun sociale erkenning. Het aantal 'likes', gekregen reacties en vrienden zeggen meteen iets over hun populariteit. Tegelijk geven ze hen ook de mogelijkheid om een positief beeld van zichzelf te scheppen. Er zijn ook veel mensen die sociale media gebruiken om hun talenten te tonen, creatief te zijn en een goed doel te steunen.

    En de risico's?

    Een verstandig gebruik van de sociale netwerken gaat gepaard met waakzaamheid, en dan vooral wat de volgende aspecten betreft:

    • Vaak zetten jongeren ondoordacht te veel informatie in hun profiel (adres, telefoonnummer enz.). Die informatie kan echter tegen hen worden gebruikt. Zie onze rubriek 'Privacy'.
    • Cyberpesten via de profielen. Zie onze rubriek 'Cyberpesten'.
    • Gerichte reclame: ondernemingen maken profielen aan om hun producten aan te prijzen onder jongeren. Vandaar de overvloed aan reclame op deze websites.
    • Iedereen heeft een 'recht op afbeelding'. Dit is het recht dat iedereen heeft om te beslissen of een foto of filmpje waarin hij/zij herkenbaar voorkomt al dan niet mag worden gepubliceerd. Jongeren zetten op het internet vaak foto's van hun vrienden om bijvoorbeeld te tonen wat ze tijdens het weekend hebben gedaan. Toch moeten ze de betrokken personen daarvoor om toestemming vragen. Zie onze rubriek 'Recht op afbeelding'.

    Kun je verslaafd geraken aan Facebook?

    Goed nieuws: je wordt niet lichamelijk verslaafd aan sociale netwerksites. We zijn wel nieuwsgierig naar de reacties van vrienden. Het is meer de schrik om iets te missen die jongeren op de sociale netwerken houdt. Maar hoewel Facebook populair blijft bij kinderen en tieners zien we toch dat deze reus aan snelheid verliest. Wordt dit sociale netwerk steeds minder cool?  Het probleem met Facebook is de interface, die te ingewikkeld en te riskant is en vooral te vol zit met ouders, die tieners beroven van de vrijheid die ze zo nastreven op de netwerken. De vele reclameboodschappen en bedrijven jagen tieners ook weg van deze webreus, in de richting van alternatieven die met de gsm vaak vlotter toegankelijk zijn.

    De sociale netwerken en de gsm ... Wat verandert dit?

    Het gaat sneller. Smartphones en tablets versterken de directheid in het gebruik van de sociale netwerken: een foto of filmpje wordt onmiddellijk gedeeld of van commentaar voorzien. Die snelheid vergroot de spontaniteit, vergemakkelijkt de communicatie en versterkt de vreugde van een moment, maar ze verhindert jongeren ook om wat afstand te nemen of even na te denken, wat nodig is voor je iets online zet. Hoewel snelheid verleidelijk is, zouden jongeren beter eerst nadenken voor ze iets posten. Want eenmaal een foto op het internet staat, zal die er nog heel lang blijven...

       

    Enkele cijfers als aandachtspunten

    1 profiel op 4 van de minderjarige Belgische Facebook-gebruikers is niet beveiligd en is voor iedereen zichtbaar. Leer kinderen en tieners hun privacyinstellingen op sociale netwerken te optimaliseren.

    'Denk na voor je iets post' is een tip om wijd te verspreiden onder jonge gebruikers van sociale netwerken.

    In België is 40% van de 9-12-jarigen ingeschreven op een sociale website. Het hen verbieden heeft geen zin, want ze zullen hoe dan ook wel manieren vinden om er stiekem op te geraken. Het is belangrijk dat je de dialoog openhoudt. Ze begeleiden in hun ontdekking van de sociale netwerken om je te verzekeren dat ze geen risicoverdrag vertonen, blijft de beste strategie.

    Toon hoe dan ook belangstelling voor wat leerlingen op sociale netwerken doen. Amuseer je samen, maak plezier. Zo is het gemakkelijker om dit onderwerp op een positieve manier te bespreken.

     

     

  • Het is belangrijk dat je verslaving (een echte afhankelijkheid) niet verwart met een overdreven internetgebruik (of een problematisch gebruik). Wetenschappers zijn het nog niet eens over de definitie van het concept internetverslaving. We spreken dan ook van sneller van een problematisch internetgebruik.

    De tijd die iemand voor de computer doorbrengt, zegt uiteraard iets over het feit of het internetgebruik overdreven is. Maar meer nog zijn een sociale breuk en een opvallende verandering in het gedrag duidelijke tekenen van een problematisch gebruik. De afhankelijkheid vertaalt zich geleidelijk in de nood om steeds meer tijd voor de computer door te brengen, zonder ermee te kunnen ophouden. Dat gaat hoe dan ook ten koste van andere bezigheden. Maar de afhankelijkheid gaat ook gepaard met psychologische veranderingen en humeurigheid. Denk maar aan een leeg gevoel, agressiviteit, leugens enz. De duik in de virtuele wereld is dan ook vaak een vlucht uit een moeilijke realiteit. Hij is zelden toe te schrijven aan de webtechnologieën als dusdanig.

    Zolang ze hun andere activiteiten niet verwaarlozen, hoef je je geen zorgen te maken over de, soms kortstondige, passie van je leerlingen voor een game of app. Dit zou over moeten gaan.

    Help ouders, zodra je er de kans toe krijgt, om de tijd die hun kinderen online doorbrengen in de hand te houden door ze aan te raden om samen met hun kinderen heel duidelijke afspraken over die internettijd te maken. Die regels moeten zinvol zijn, zodat de kans groter is dat ze worden nageleefd:

     Ouders kunnen zich op de volgende vragen baseren:

    • Welke games zijn toegelaten en waarom? Probeer ze zelf eens te spelen om je beslissing te kunnen rechtvaardigen.
    • Hoelang mag het kind gamen? Elke dag een beetje of twee keer per week lang?
    • Wanneer? Vóór of na het huiswerk? Vóór of na het eten?
  • Digitale voetafdruk

    Net als de sporen die we in de sneeuw achter ons laten, bestaat de digitale voetafdruk uit alle sporen die wij op het internet achterlaten en die iedereen kan zien. Een bericht op een forum is bijvoorbeeld een spoor dat een internetgebruiker online achterlaat. Net als een reactie onder een foto, een klik op een banner, de ondertekening van een petitie, een open wishlist in een webshop, een reactie op een nieuwsblog, een tweet, de aanbeveling van een link, ...

    Al die activiteiten op het internet, en op de sociale media in het bijzonder (blogs, forums, sociale netwerken, micro-blogging enz.), zijn sporen die jonge en oudere internetgebruikers achterlaten, meestal zonder dat echt te beseffen. Op zich is dat niet erg. Je moet gewoon beseffen dat al die sporen er zijn. Allemaal samen vormen ze de zogenaamde digitale voetafdruk.

    Het is belangrijk dat je er met je leerlingen over praat, zodat hij/zij weet dat het zelf een digitale voetafdruk heeft.

     

    Digitale identiteit

    In tegenstelling tot de digitale voetafdruk is de digitale identiteit een persoonlijke voorstelling die je onder controle zou moeten kunnen houden. Kortom, het is het beeld dat de internetgebruiker online kenmerkt. Er is een vrijwillig aspect omdat de internetgebruiker zelf bepaalt wat hij over zichzelf wil delen op het internet.

    Dit persoonlijk beeld online wordt vooral opgebouwd op basis van de voornaamste sociale media waartoe je bijdraagt, zoals Facebook, Instagram en Twitter, via fora, profielen of blogs.

    De digitale identiteit is wat de internetgebruiker publiekelijk van hem wil tonen op het internet, via welke middelen en tools dan ook. Al heel snel moeten kinderen worden geholpen met de uitbouw van een samenhangende digitale identiteit die strookt met wie ze zijn en die hun talenten onderstreept. Ze moeten leren dat ze een invloed hebben op wat mensen over hen ontdekken op het internet. En dat kan door hun online-identiteit te verzorgen.

     

    Digitale reputatie

    We noemen het ook wel de e-reputatie. Het is het beeld dat internetgebruikers van een persoon krijgen wanneer ze op het internet informatie over die persoon opzoeken.

    Je begrijpt onmiddellijk dat de digitale reputatie grotendeels afhangt van de digitale voetafdruk en identiteit. Maar dat is niet het enige ...

    Het zijn de reacties op Twitter, de info op je Facebook-profiel, de muziek die je beluistert op Spotify, de filmpjes die je op YouTube zet of de foto's op Instagram die je e-Reputatie een bepaalde richting uitsturen.

    Maar de digitale reputatie van jongeren hang ook af van een andere factor, eentje waarop ze weinig vat hebben: wat anderen (familie, vrienden, leerlingen, ...) over hen publiceren op het internet. Denk maar aan een tag in een foto, een gedeelde reactie, een grapje, ...

    Die digitale reputatie is dus de manier waarop mensen naar een persoon kijken, gebaseerd op wat het internet over ze onthult. Ze kan goed zijn, maar ook slecht. Ze kan overeenkomen met het beeld dat je van jezelf wilt geven, of niet.

    Het is dus belangrijk dat je je leerlingen aanspoort om regelmatig eens te kijken welke resultaten er verschijnen wanneer ze hun naam in een zoekmachine ingeven. Spoor ze aan om regelmatig hun naam in Google in te geven om te zien welke resultaten dit oplevert. Een belangrijke reflex om je e-Reputatie in de gaten te houden!

     

    • Leer je leerlingen al heel vroeg om hun digitale voetafdruk onder controle te houden, hun digitale identiteit te verzorgen en af en toe hun digitale reputatie na te kijken.
  • En privacy in dit alles?

    Je privacy beschermen, wijst voornamelijk op: niet te veel informatie delen. 13 % van de jongeren die op sociale netwerksites actief zijn, hebben de neiging om op hun profiel hun adres of telefoonnummer te publiceren. Een profiel dat in één op vier gevallen openbaar en dus voor iedereen toegankelijk en zichtbaar is.

    Respect voor de privacy en bescherming van persoonsgegevens zijn twee essentiële elementen in onze huidige samenleving. Er bestaan tal van ethische codes en wettelijke bepalingen om dit recht te beschermen. Niemand houdt ervan om te zien dat zijn of haar persoonlijke gegevens zomaar overal verspreid worden. Kinderen en jongeren ook niet.  

    Toch zijn er vaak jongeren die gemakkelijk hun persoonlijke gegevens (naam, adres of leeftijd ) vrijgeven op allerlei sites. Bijvoorbeeld om snel een e-mailadres aan te maken of aan een online wedstrijd mee te doen enz.

    Ook jongeren die een profiel aanmaken op Snapchat, Facebook of andere sociale netwerksites hebben soms de neiging om een schat aan persoonlijke informatie te onthullen. Deze gegevens zijn zo gemakkelijk toegankelijk voor personen die deze gegevens willen misbruiken.

    Hoe moeten we jongeren sensibiliseren om hun privégegevens te beschermen?

    De bescherming van de privacy begint met een analyse van de toegankelijkheid van het profiel: Wie kan wat zien? Via de privacyinstellingen kan je de zichtbaarheid van een profiel beperken. Leg aan jongeren uit op welke manier ze dit precies kunnen doen. Denk ook eens samen na over de betekenis van ‘online vriendschap’. Leg het verband met het offline leven: er zijn mensen met wie we closer zijn dan anderen (hartsvriendinnen, kennissen, collega’s, …) dus online is dit ook het geval. Dit zal hen helpen om een onderscheid te maken in hun online vrienden en op die manier ook hun zichtbaarheid van hun profiel aan te passen.

    Leg uit wat het recht op afbeelding precies betekent en leg de klemtoon op het respecteren ervan. Iedereen heeft het recht om te zeggen of zij/hij al dan niet akkoord is met het verspreiden van een online afbeelding waar hij/zij op afgebeeld is. Dit kan een invloed hebben op de e-reputatie.

    Persoonsgegevens worden beschermd door het wettelijk kader. De wet (Belgische Grondwet, artikel 22) bepaalt dat iedereen recht heeft op respect voor zijn privé-leven. Deze wet is er om de consument te beschermen en ervoor te zorgen dat persoonsgegevens niet wordt misbruikt. De bescherming van de privacy is ook van toepassing online op sociale netwerken. Maar door zich te registreren op een platform, aanvaardt de gebruiker de gebruiksvoorwaarden - waaronder het gebruik van privé-gegevens. Vandaar het belang om deze informatie aandachtig te lezen en jongeren te sensibiliseren rond het online plaatsen van persoonlijke gegevens. « Think before you post » is de boodschap!

    Waakzaam blijven: enkele tips voor leerkrachten

    • Nodig ze uit om hun naam en die van hun vrienden in een zoekmachine te typen. Op die manier zullen ze zien welke informatie openbaar is en welke niet.
    • Vraag hen, op basis van deze oefening, om na te denken over de volgende vraag: Wil ik dat al deze gegevens voor iedereen toegankelijk zijn? Wat kunnen mijn vrienden zien? Wil ik dat leerkrachten alles te zien krijgen of een potentiële werkgever?
    • Gebruik de volgende oefening met uw leerlingen: hen vragen om classificeren sommige gegevens  « Wat zijn strikt vertrouwelijke gegevens en welke niet? », « Wat is voor mij intieme informatie? »
    • Bij de voortzetting van het privacy-debat, kan je de invalshoek – respecteren van de privacy van anderen – belichten. Leer ze om online persoonlijke gegevens of foto's van andere mensen niet te communiceren zonder hun toestemming.
    • De kernboodschap: Denk na alvorens je iets online publiceert of deelt!

    Drie gouden regels:

    1 ) Alles wat online gepubliceerd wordt, kan publiek worden

    2 ) Alle ondoordachte online publicaties kunnen door iedereen gezien worden

    3 ) Je online handelingen worden ‘vereeuwigd’ op het internet

    Tools:

    Verdere oefeningen vind je in het lespakket 'Think before you post’.
    Bovendien kan je klassikaal (in kleine groepjes) Master F.I.N.D., een online game, spelen!
  • Sociale netwerken, community's, sociale media, ... Wat is het verschil?

    Een sociaal netwerk is een website waarop internetgebruikers met elkaar in contact kunnen komen of zich kunnen groeperen op basis van hun vriendschappen en/of gedeelde interesses, zoals muziek, passies, of zelfs hun beroep of school. Deze sociale netwerksites vereenvoudigen de uitwisseling van informatie, foto's, filmpjes enz. binnen deze groepen. Het is dus echt een web, een netwerk dat zich rond een individu vormt, afhankelijk van zijn voorkeuren, smaak, interesses, ...

    We spreken vandaag ook in ruimere zin over de 'sociale media'. Die omvatten niet alleen de sociale netwerksites, maar ook community's waar internetgebruikers hun mening kwijt kunnen zonder deel uit te maken van een groep.

    Een paar voorbeelden:

    • websites voor het delen van foto's of filmpjes, zoals YouTube of Flickr;
    • blogs zoals Skyrock of Blogger
    • opiniesites, met vaak specialisaties: Tripadvisor voor reizen, resto.be, ...
    • wiki's, zoals Wikipedia voor informatie. Maar er zijn nog andere initiatieven, zoals Yahoo Answers.

    Tegelijk bestaan er nu ook talloze apps waarmee jongeren voortdurend met elkaar in contact kunnen blijven. Whatsapp en Viber zijn daar maar een paar voorbeelden van.

    Opgelet met de gebruiksvoorwaarden op sociale netwerksites: het loont de moeite om ze te lezen!

    Hoe praat je met kinderen en tieners over deze sociale media ?

    Als opvoeder, pedagoog, sociaal assistent of leerkracht is het heel belangrijk dat je in een positieve sfeer met jongeren over de sociale netwerken kunt praten. Ze bieden je immers eindeloos veel kansen om het met jongeren te hebben over respect, kritische geest, privacy en je zelfbeeld in onze huidige samenleving. Het is een kans om de jongeren te wijzen op de risico's en ze meteen aan te moedigen het internet op een verstandige manier te gebruiken. Dat kan op verschillende manieren. Er bestaan talloze pedagogische hulpmiddelen met speelse en leerrijke animaties die de dialoog over deze onderwerpen vergemakkelijken:

    • Het pedagogisch dossier 'Think before you post' van Child Focus, over privacy op de sociale netwerken. Het bevat 10 groepsoefeningen voor jongeren van 12 tot 14 jaar. Download het hier.
    • Een grappige aflevering van Southpark, You have 0 friends, die onlangs in de Verenigde Staten werd uitgezonden, illustreert het 'Facebook-effect'. In deze aflevering ontdekt Stan wat er gebeurt wanneer zijn vrienden tegen zijn zin een Facebook-profiel voor hem aanmaken. Je kunt de volledige aflevering bekijken op de officiële website van Southpark.

    Moet ik de vriendschapsverzoeken van mijn leerlingen of de jongeren die ik begeleid aanvaarden?

    Geen eenvoudige zaak… Sommige leerkrachten vinden het een voordeel om op Facebook te zien wat jongeren over hen zeggen. Leerlingen die weten dat hun leerkracht meeleest, gaan misschien beter nadenken voor ze iets posten. Voor anderen is Facebook een pedagogisch hulpmiddel en een platform voor de organisatie van klasactiviteiten. Bovendien maken intergenerationele contacten het voor jongeren mogelijk om zich open te stellen voor andere interesses of overtuigingen. Maar er zijn natuurlijk ook nadelen aan verbonden.

    Leerkrachten zullen dus zelf moeten beslissen of ze hun leerlingen al dan niet als 'vrienden' aanvaarden. De opname van die vraag, om dit toe te laten of te verbieden, in huishoudelijke en schoolreglementen is dan ook van cruciaal belang.

    Meer info en denkpistes in het artikel 'Vrienden worden met je leerlingen op de sociale netwerken. Een goed idee?'

  • Het digitale tijdperk in het onderwijssysteem

    De vraag om jongeren wegwijs te maken in de digitale wereld van sociale netwerken wordt niet langer gesteld, op school wordt het als een soort van evidentie gezien.

    Jongeren moeten complexe vraagstukken van online veiligheid begrijpen om zich op een juiste manier een weg te banen in de digitale samenleving. Daarom is het essentieel om hun vaardigheden en sociale vaardigheden, kritische zin en communicatietalent te versterken. Een veilig, verantwoord en intelligent internetgebruik moet deel uitmaken van het leerproces op school en/of een educatief traject. Met de klemtoon op het enorme potentieel van online-technologieën.

    De ontwikkeling van een beleid rond jongeren en internet in het onderwijs moet volgende zaken voorzien:

    Een regelgevend kader

    • Een educatieve ondersteuning
    • Betrokkenheid en toegewijdheid van al het educatieve actoren binnen het schoolteam
    • Een interdisciplinair educatief project
    • Training van zowel studenten, maar ook van de leerkrachten, directieleden en eventueel ouders

    Op die manier zullen alle stakeholders ( studenten, docenten, opvoeders ) weten hoe je digitale platforms beschikbaar stelt en gebruikt. Dit kan nog vergemakkelijkt worden door het gebruik van bijvoorbeeld een charter, een intern reglement of een handleiding opgesteld door de directie.

    Scholen en jeugdverenigingen moeten zich een aantal vragen stellen om een correct internetgebruik in hun werking op te nemen. Bijvoorbeeld :

    Wat is de rol van internet binnen onze school/organisatie?

    • Is er een interne regelgeving aanwezig en is deze voldoende geïmplementeerd?
    • Is het internetgebruik gereglementeerd?
    • Hebben de leerlingen inspraak in deze aanpak?
    • Maakt internet een integraal onderdeel uit van de cognitieve aanpak van de instelling?
    • Wat zijn, voor de school, de uitdagingen inzake online media-opvoeding?
    • Wat zijn de vaardigheden en waarden die en wil en kan doorgeven aan de  leerlingen op het gebied van media-educatie?
    • Welke zijn de opportuniteiten op pedagogisch niveau?
    • Wat zijn de stappen die men kan nemen om op school een veilig internetgebruik te garanderen?
    • Vertrekt men vanuit een constructieve en positieve spirit?
    • Welke maatregelen treft men indien de jongere afwijkt van de afspraken?
    • En zijn deze sancties zinvol, geschikt en constructief?

    Voor professionals die werken met jongeren rond een correct internetgebruik vindt men hier ter ondersteuning verschillende middelen en methodes om een verantwoord gebruik van sociale media te bevorderen en deze aanpak op een strategische wijze binnen de school of organisatie te integreren.

    Lees meer over kritische zin
    Vertrek vanuit een positieve benadering en wees creatief met je leerlingen!

    Outils:

    Pedagogische dossier 'Think before you post' 
    Bekijk de vormingen Clicksafe van Child Focus 

     

  • Populariteit van online foto’s publiceren

    De jeugd is tuk op het online verspreiden van beeldmateriaal (vakantiefoto’s, filmpjes met vrienden, enz.). Op die manier kunnen ze op een eenvoudige manier hun vrienden, kennissen, familie enz. op de hoogte houden van de laatste gebeurtenissen. Omdat een beeld vaak meer zegt dan woorden, verkiezen jongeren veelal beeldmateriaal boven een tekstbericht.

    Naast het informatieve luik, hangt het ook een stuk samen met het versterken van hun online imago.

    Aangezien het aanbod aan applicaties, sociale netwerksites en andere technologische evoluties zoals smartphones het alleen maar gebruiksvriendelijker en dus gemakkelijker maakt om foto’s te nemen, te delen, te liken, te taggen enz. draagt dit interactieve aspect bij tot een groeiend succesverhaal.

    Maar het risico bestaat natuurlijk dat jongeren zich niet voldoende bewust zijn van de mogelijke gevolgen. Daarnaast wordt er niet altijd stilgestaan bij het recht op afbeelding.
     

    Foto’s en sexting

    Bij sexting gaat het over het versturen of online verspreiden van  seksueel getinte foto’s of berichten. Jongeren doen dit meestal omdat ze willen experimenteren, hun grenzen aftasten of soms ook voor de grap of als uitdaging. Heel veel sexting-situaties zijn absoluut niet problematisch omdat de foto’s binnen de vertrouwde relatie blijven waarbinnen ze verstuurd werden en omdat jongeren voldoende respect hebben en deze beelden niet verder verspreiden. Maar dit is helaas niet altijd het geval.

    Enkele tips voor leerkrachten en jeugdwerkers:

    • Stel de jongeren in kwestie gerust, wees niet veroordelend. Zo zal je ook de ouders op de hoogte moeten brengen. Doe dit niet in het wilde weg, maar werk stap voor stap in samenspraak met het slachtoffer.
    • Licht de directie/trainer/verantwoordelijke dan zeker in
    • Probeer een zicht te krijgen op de situatie (wanneer, naar wie en welke beelden zijn er precies verstuurd?)
    • Praat met degene die de foto's verspreid heeft zonder hierin veroordelend te zijn. Eis dat de beelden verwijderd worden en betrek de ouders in de opvolging ervan. Heb ook oog voor zijn/haar emotioneel welzijn en zoek indien nodig naar hulp.
    • De beelden worden het snelst verwijderd door de persoon die ze verspreid heeft. Lukt dit niet dan kan je dit melden op de website in kwestie. Daarnaast kan ook Child Focus je helpen

    Uitgebreide info over sexting kan je hier vinden.

    Selfie

    Een selfie is een foto die je van jezelf maakt, meestal gebeurt dit met een smartphone. Het is een vrij recent en populair fenomeen bij kinderen en jongeren. Via sociale netwerksites en applicaties zoals Snapchat, WhatsApp, Viber, Facebook, Instagram kunnen ze de foto online verspreiden.
    Het is een manier om jezelf online te profileren. Daar is op zich niets mis mee. Hoewel jongeren vaak onvoldoende stilstaan bij het feit dat heel wat mensen deze foto te zien krijgen en de kans bestaat dat de beelden onomkeerbaar rondcirculeren op het net. Hoe je jezelf in beeld brengt en de manier waarop je de beelden verspreidt kan dus wel degelijk gevolgen hebben. Zeker wanneer het gaat om pikante selfies.

     

     

    Tools

    Serious game "Master F.I.N.D." over online privacy. Meer info in de Media Center, rubriek 'spel' (openen in Internet Explorer)
    Affiche "veilig chatten" en bijhorende sticker. Ter beschikking via de Media Center
  • Online seksualiteit, het op zoek gaan naar informatie, beelden of ervaringen van andere personen rond dit thema, is iets wat gezien de groeiende seksuele leefwereld van jongeren op die leeftijd, perfect normaal is.
    Maar aan seks op internet zijn ook een aantal risico's verbonden. Daar moeten we jongeren dus over inlichten, zodat ze hier bewust mee omgaan. In dit onderdeel vind je tips over hoe je online mediaopvoeding rond online seksualiteit het best aanpakt. 

    Hier vind je tips waarvan je handig gebruik kan maken als je een gesprek met jongeren wil aanknopen omtrent seksualiteit en internet.

    Hoe pak ik dit aan?

    • Je hoeft geen serieuze setting te creëren om met je kind(eren) te praten. Gebruik een bepaalde gebeurtenis, een tv-programma, een artikel in de krant enz. als vertrekpunt.
    • Hanteer een interactieve aanpak. Eenrichtingsverkeer is af te raden. Stimuleer de groepsdynamiek en inbreng van elke jongere.
    • Je kan werken met bestaande educatieve tools zoals het lespakket ‘Seks en internet connected’
    • Nóg meer lespakketten vind je in onderstaande link (ankertje naar hyperlinks)
    • Integreer de educatie rond online seksualiteit binnen het bestaande lespakket.
    • Neem elke vraag of opmerking van de jongere serieus. Respecteer het als men op bepaalde zaken niet dieper wil ingaan.
    • Praat niet enkel over dingen die kunnen misgaan en mogelijke risico’s, maar ook over interessante fora, websites, blogs enz.
    • Zorg dus dat je als leerkracht, directie of jeugdwerker ook op de hoogte bent van kwalitatieve websites waar jongeren info kunnen vinden over seksualiteit.
    • Laat je niet ontmoedigen als je tieners ‘afwezig’ lijken, het is niet voor iedereen even comfortabel om hier open over te communiceren.
    • Creëer een vertrouwensband, zo zorg je ervoor jongeren spontaan naar jou komt voor info en jou zien als vertrouwenspersoon.

    Wat vertel ik rond online seksualiteit?

    Maak van kinderen kritische internetgebruikers

    • Maak hen ervan bewust dat er veel onwaarheden op het web staan. Ook over seks.
    • Informeer zelf welke websites kwaliteit bieden rond seksualiteit.
    • Leg hen uit dat expliciete pornografische beelden fantasiebeelden zijn, en dat alles daarin draait om lust en genot. Leg uit dat seks ook een uiting van liefde kan zijn, tussen twee gelijkwaardige partners.
    • Maak hen duidelijk dat de media vaak een eenzijdig beeld ophangen van mannen en vrouwen. Dat de vrouw er vaak wordt afgeschilderd als ondergeschikt aan de man, terwijl dit in werkelijkheid niet zo is.
    • Leer hen dat bepaalde zaken (bv. porno) voor sommige mensen aanstootgevend zijn of verkeerd geïnterpreteerd kunnen worden. Je mag dit dus niet zomaar doorsturen.
    • Maak hen duidelijk dat seksuele grenzen verschillen. Er zijn bijvoorbeeld grote verschillen tussen jongens en meisjes in de beleving van seksueel getinte ervaringen op internet.

    Leer je leerlingen om grenzen aan te geven, te herkennen en te respecteren

    • Maak hen duidelijk dat als ze iets niet willen, ze dat ook niet hoeven te doen. Ook niet als anderen dat 'hot' of 'cool' zouden vinden, of negatief zouden reageren op een weigering.
    • Leer hen 'nee' te zeggen en weg te klikken als iemand hen 'benadert' op een manier die ze niet prettig vinden.
    • Moedig hen aan om gebeurtenissen die hen slecht doen voelen te delen met iemand die ze vertrouwen.
    • Maak hen duidelijk dat seksuele grenzen verschillen. Er zijn bijvoorbeeld grote verschillen tussen jongens en meisjes in de beleving van seksueel getinte ervaringen op internet.
    • Leer hen dat bepaalde zaken (bv. porno) voor sommige mensen aanstootgevend zijn of verkeerd geïnterpreteerd kunnen worden. Je mag dit dus niet zomaar doorsturen.
    • Maak hen ervan bewust dat ook op internet niets anoniem is. Als iemand iets niet wil, moet je dat respecteren, het gebruik van dwang of chantage is uit den boze.
    • Vertel dat je geen beelden van iemand mag doorgeven zonder toestemming van de persoon in kwestie. Zeker geen naaktfoto's: het is niet alleen kwetsend, maar ook strafbaar.

    Maak duidelijke afspraken met je leerlingen over internetgebruik

    • Waarschuw hen voor de risico's van een persoonlijke ontmoeting. Als ze afspreken nemen ze best een vriend mee en doen ze dit best op een openbare plaats waar er veel mensen zijn.
    • Leer hen om ongewenste pagina's weg te klikken.
    • Zeg hen dat ze er met iemand over moeten praten als ze iets gezien of meegemaakt hebben waar ze zich ongemakkelijk bij voelen.
    • Spreek af dat ze geen foto's en filmpjes op het internet plaatsen, waar ze later spijt van zouden kunnen krijgen, of die als een seksuele uitnodiging geïnterpreteerd kunnen worden.
    • Leg hen uit waarom ze nooit telefoonnummers en adressen aan onbekenden mogen doorgeven.
  • Kenmerkend voor pubers is dat ze willen ontdekken wat seksualiteit is. Die zoektocht gebeurt vaak online. 

    Vanaf de pubertijd gaan (sommige) kinderen actief op zoek naar porno op internet. De hormonen gieren door hun lijf en het surfen naar porno verbieden heeft dan ook weinig zin.

    Het is nuttig om dit als leerkracht, bijvoorbeeld tijdens een les seksuele opvoeding, ook aan bod te laten komen.
    Je kan bijvoorbeeld de eenzijdigheid die de meeste pornosites kenmerkt, bespreken: de meeste porno heeft louter aandacht voor 'de daad', zonder alles wat daarbij hoort. Ook het weinig realistische karakter, alsof elke vrouw zomaar beschikbaar is, kan je aankaarten.

    Maak leerlingen bewust van het feit dat seks op internet, net als seks op tv, vaak heel anders is dan in het echte leven en laat hen ook kennismaken met een aantal websites die goede informatie over seks bieden.

    Tools:

  • Kinderen en jongeren zijn gretige gebruikers van het internet. Het internet biedt hen tal van mogelijkheden om in contact te komen en te experimenteren met relaties en seksualiteit.

    Vooral tieners stellen seksueel gedrag als ze online zijn. Ze flirten, sturen elkaar seksueel getinte berichtjes of sexy beeldmateriaal, surfen naar pornosites ... Dit alles is niet abnormaal of onrustwekkend: tieners zitten op het hoogtepunt van hun seksuele ontwikkeling, wat gepaard gaat met de nodige nieuwsgierigheid en experimenten.

    Die nieuwsgierigheid en experimenten zijn ook helemaal niet negatief. Integendeel, al doende leren ze wat sociaal wel of niet acceptabel is, wat ze wel en niet willen, waar hun eigen grenzen en die van anderen liggen... Het internet biedt op dit vlak enorme voordelen, want jongeren kunnen er oefenen met relaties en gevoelens.

    Maar aan seks op internet zijn ook een aantal risico's verbonden. Daar moeten we jongeren dus over inlichten, zodat ze hier bewust mee omgaan. In dit onderdeel vind je tips over hoe je hierover met je leerlingen kan praten. 

  • Wat is grooming ?

    Grooming is het proces waarbij een volwassene een kind benadert en manipuleert met het oog op seksueel contact.  De dader gaat hierbij doorgaans zeer manipulatief te werk en neemt zorgvuldig de tijd om het vertrouwen van het kind te winnen en een band op te bouwen. Geleidelijk aan wordt het kind zo aangezet tot seksuele handelingen. Grooming kan zowel tot online (vb. via webcam, chatberichten, mail) als offline (via een fysieke ontmoeting) seksueel misbruik misbruik leiden. Ook kan de dader beeldmateriaal aanmaken of verspreiden, waardoor het kind opnieuw slachtoffer wordt.

    Ook tienerpooiers maken gebruik van grooming om slachtoffers te ronselen.

    Is grooming strafbaar?

    Sinds kort staat grooming in het strafwetboek aangeduid als een strafbaar feit, ook als het enkel online gebeurt. Ook zijn elementen die vaak deel uitmaken van het groomingproces zoals stalking, aanranding van de eerbaarheid en zedenschennis opgenomen in een wettelijke bepaling in de strafwetgeving en dus strafbaar. Het (laten) maken van seksuele beelden van minderjarigen valt dan weer onder de wetgeving rond kinderpornografie.

    Wat kan je doen als een kind slachtoffer is van grooming?

    Als slachtoffer van grooming of als naaste van het slachtoffer kan je klacht indienen bij de lokale politie in jouw buurt. Opdat de politie de zaak kan onderzoeken, is bewijsmateriaal belangrijk: e-mailverkeer, chatconversaties met uur en tijdstip, sms-berichten, foto’s, …

    De psychische gevolgen van grooming mogen zeker niet onderschat worden. Naast het lichamelijk misbruik is vaak ook het vertrouwen en het zelfvertrouwen van de jongere erg geschonden. Psychologische hulp kan dus nodig zijn.

    Heb je vragen over grooming of werd je ermee geconfronteerd, kan je steeds terecht bij Child Focus. Wij zijn er om jou te helpen !

    Jongeren en online dating

    Tieners en pubers die hun eerste verliefde gevoelens krijgen, slaan vaak aan het experimenteren, online zowel als offline. Volkomen normaal, gezond zelfs!
    Via sociale netwerksites of online dating applicaties (zoals Tinder) kunnen ze in contact komen met een potentieel nieuw lief. Deze spannende online ervaringen maken deel uit van het experimenteergedrag van je kind.

    Hoewel het inderdaad geen goed idee lijkt dat een tiener met een volslagen onbekende een fysieke afspraak maakt, is het goed om de tips in de volgende sectie door te nemen. Volgende richtlijnen komen van pas om jongeren op een positieve manier in te lichten over de do’s en don’ts wanneer het om online ontmoetingen gaat. 

       

    Preventie en mediawijsheid

    Je kan als leerkracht of maatschappelijk werker preventief te werk gaan door met je kind te praten over hoe het zich online het best gedraagt en profileert. Als mediaopvoeding en een open dialoog centraal staan, krijgen fenomenen zoals online grooming of slechte ervaringen veel minder kans.

    • Bespreek het fenomeen ‘grooming’ met jongeren. Leg uit wat het is en wijs hen op het manipulatieve karakter van de dader en zijn of haar activiteiten
    • Waarschuw hen voor de risico's van een persoonlijke ontmoeting. Als ze dan toch willen afspreken nemen ze best iemand mee en doen ze dit best op een openbare plaats waar er veel mensen zijn.
    • Leer hen 'nee' te zeggen en weg te klikken als iemand hen 'benadert' op een manier die ze niet prettig vinden.
    • Vertel dat ze met iemand moeten praten (met jou bijvoorbeeld) als ze iets gezien of meegemaakt hebben waar ze zich ongemakkelijk bij voelen.
    • Spreek af dat ze geen foto's en filmpjes op het internet plaatsen, waar ze later spijt van zouden kunnen krijgen, of die als een seksuele uitnodiging geïnterpreteerd kunnen worden. Raad hen ook seksuele suggestieve nicknames of e-mailadressen af.
    • Leg hen uit waarom ze nooit telefoonnummers en adressen aan onbekenden mogen doorgeven.

    Infofiche grooming - ©Mediawijs

    Tools:

    Lespakket "Connected" beschikbaar via de Media Center
    Je kan de video's van "Charlie" gebruiken als conversation starter beschikbaar in de Media Center
  • De bedoeling van een applicatie is om je smartphone of tablet uit te breiden, zodat je meer opties hebt. Je kan dus bijvoorbeeld je Iphone uitbreiden door een sport-, weer- of nieuwsapplicatie te downloaden.

    Dragers van mobiele apps

    Mobiele applicaties zijn bedoeld voor volgende media:

    • Smartphone
    • Tablet
    • Phablet
    • Pda
    • Mobiele telefoon
    • Draagbare spelcomputer (zoals Nintendo DS)

    Gratis mobiele applicaties?

    Sommige apps zijn gratis, maar niet allemaal. Het komt steeds vaker voor dat er zowel een betalende als een gratis versie bestaat van eenzelfde applicatie. De keerzijde is dat de gratis app wellicht reclameboodschappen bevat en de betaalversie de volledige functionaliteit biedt. Applicaties kan men kopen via online softwarewinkels zoals de bekende Apple App Store of Google Play Store.

    Applicaties steeds kindvriendelijk?

    Hoewel er heel erg veel supertoffe en leerrijke apps voor kinderen en jongeren bestaan, zijn andere applicaties qua inhoud niet bedoeld voor (jonge) kinderen. Daarbovenop bestaan er heel wat gratis apps die je tijdens het gebruik vragen om te betalen voor extra functies. Soms komen kinderen tijdens het surfen onbedoeld terecht op een betalende applicatie of de vraag om een in-app betaling te doen. Als de tablet of smartphone dan niet goed beveiligd is, kan een kind onbewust applicaties aankopen.

    Child Focus geeft enkele nuttige tips en links om op een veilige manier kindvriendelijke applicaties te installeren:

    • Ga eens in een app-store snuisteren op zoek naar leuke, handige en educatieve apps die je in je lessen of tijdens activiteiten kan inzetten
    • Maak als leerkracht of jeugdwerker duidelijke afspraken omtrent het downloaden van applicaties
    • Toon interesse: informeer in de klas of de groep naar welke applicaties de kinderen of jongeren downloaden in hun vrije tijd
    • Indien je zelf voor hen applicaties downloadt, let er dan op dat je deze beveiligt
    • Last but not least: het is belangrijk dat kinderen leren omgaan met deze nieuwe vorm van media, laat hen experimenteren en ontdekken

    Welke mobiele apps bestaan er?

    Het aanbod is heel erg groot en groeit nog steeds.
    Je kan het zo gek niet bedenken of er bestaat wellicht al een applicatie van: spelletjes, woordenboeken, navigatiesystemen, enz. Het kan dus heel erg handig zijn en er bestaan wel degelijk kindvriendelijke en educatieve applicaties.
     

© 2015 Child Focus | Houba - de Strooperlaan 292 | B-1020 Brussel | BE19 3101 2229 9912